TERUG NAAR DE HOOFDPAGINA

 

JBP 2011-2013: DIVERSITEIT EN INTERACTIEF JEUGDBELEID ALS AANDACHTSPUNTEN

Twee aandachtspunten lopen als een rode draad doorheen het JBP. De decreetgever schuift als het ware twee kwaliteitsvereisten van jeugdbeleid naar voor: het principe van interactief bestuur en aandacht voor diversiteit in het jeugdbeleid. Het decreet vraagt uitdrukkelijk aandacht voor deze twee thema's. Het is daarom belangrijk dat je bij je analyse en het bepalen van doelstellingen deze aandachtspunten in rekening brengt.

Interactief bestuur

Goed jeugdbeleid komt tot stand in een wisselwerking met kinderen, jongeren en jeugdwerk. De uitdaging is om die interactie stevig te verankeren in het jeugdbeleid. Het decreet vraagt dat je interactief bestuur een duidelijke plaats geeft in de hoofdstukken jeugdwerkbeleid en jeugdbeleid.
Het decreet omschrijft interactief bestuur als volgt: “de bestuursstijl waarmee een overheid streeft naar een permanente en intensieve dialoog met de bevolking en het maatschappelijk middenveld”.
In het JBP moet de gemeente één en ander omschrijven in beide hoofstukken, waaronder … “de wijze waarop men bij de uitvoering van het jeugdbeleidsplan de principes van een interactief bestuur in de praktijk zal brengen”.

In de rubriek interactief jeugdbeleid op onze algemene site vind je een achtergrondtekst en een heleboel bijbehorende praktijkvoorbeelden over inspraak en participatie van kinderen en jongeren in de gemeente.

Top

Diversiteit van het jeugdbeleid

'De jeugd' bestaat niet. Integendeel: het is een heel diverse groep. Goed jeugdbeleid heeft aandacht voor deze diversiteit en heeft ook aandacht voor kinderen en jongeren die uit de boot (dreigen te) vallen.
In het hoofdstuk Jeugdwerkbeleid van het JBP, omschrijft de gemeente “de wijze waarop een divers en toegankelijk, plaatselijk en intergemeentelijk jeugdwerkaanbod,financieel, materieel en infrastructureel ondersteund zal worden, inclusief de kadervorming.”

Hoe vertaal je dit in jouw jeugdbeleidsplan?
Het thema diversiteit moet je een duidelijke plaats geven in het hoofdstuk jeugdwerkbeleid, al is het uiteraard ook een relevant thema voor het jeugdbeleid in het algemeen. Hoe je de thema's precies vormgeeft in het plan is niet zo belangrijk, zolang het maar duidelijk is dat je er aandacht aan besteedt. Dat kan via een apart deelhoofdstuk, maar evengoed door duidelijke doelstellingen te formuleren die diversiteit en participatie beogen. Vele gemeenten hebben slim gebruik gemaakt van icoontjes die duidelijk verwijzen naar diversiteit en/of interactief bestuur. Het is ook goed om eens na te gaan of de projecten en acties die je in je plan uitwerkt voldoende aandacht hebben voor diversiteit of participatie.

Inspiratie voor plannenmakers : hoe vertaal je dure woorden als diversiteit en toegankelijkheid in het lokaal Jeugdbeleidsplan?

Ga eens kijken naar wat de afdeling Jeugd van het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen hieronder begrijpt.

Over het invullen van diversiteit in een lokaal jeugdbeleid(-splan) ontwikkelde de afdeling Jeugd in samenwerking met een aantal partners in 2007 een leidraad voor jeugdbeleidsplanners. De leidraad werd toen bezorgd aan alle jeugddiensten en kun je hier downloaden. Een selectie uit de brochure: situering rol van de jeugddienst inzake diversiteit: download presentatie en bijbehorende syllabus.

Top

Extra middelen voor ondersteuning van jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare jeugd

Voor de beleidsperiode 2011-2013 kunnen 41 steden en gemeenten aanspraak maken op extra-middelen van de minister, omdat ze hoog scoren op een aantal indicatoren die sterk wijzen op maatschappelijke achterstelling bij kinderen en jongeren. Rond die vragen nodigde de Afdeling Jeugd op 1 april 2010 de eenenveertig steden en gemeenten uit, die extra middelen krijgen om jeugdwerk voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren te ondersteunen en uit te bouwen. De info uit deze avond willen we je niet onthouden:

• De deelnemers aan het infomoment.

• Verwelkoming door Els Cuisinier, teamverantwoordelijke lokaal jeugdbeleid van de afdeling Jeugd van het Vlaams Agentschap voor Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen

o Presentatie extra middelen MA

o Toelichting bij de indicatoren en de voorziene trekkingsrechten: scores van de gemeenten.

• Jeugdwerk en jeugdbeleid voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren

een insteek en bijhorend raster door Robert Crivit, coördinator van Uit De Marge, steunpunt voor jeugdwerk en jeugdbeleid voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren.

• Drie ervaringsdeskundigen aan het woord

Korte presentaties van de jeugddiensten van Eeklo, Menen en Genk. Zij vertellen over hun inspanningen de voorbije jaren: wat wérkt, wat zijn de succesfactoren en wat zijn de valkuilen en obstakels waar men tegenaan loopt?

• Ben Verstreyden, stafmedewerker bij VVJ verwijst naar bronnen die je kunnen ondersteunen bij je inspanningen: financieën, ondersteunende organisaties, netwerken.

o Leidraad Diversiteit voor jeugdbeleidsplanschrijvers (uitgegeven in 2007)
o Overzicht van informatie uit de verschillende provinciale jeugddiensten: wie zijn de ondersteuners in de provincies, waar vind je know-how, aanvullende middelen…
o Info uit Oost-Vlaanderen: adressen van ondersteuners en overzicht van ondersteuningsaanbod.

Voor meer info rond diversiteitsbeleid in lokaal jeugdbeleid kan je terecht bij Ben Verstreyden, tel. 03-821 06 08 of bverstreyden@vvj.be.

Overzicht van de gemeenten die in 2011, 2012 en 2013 in aanmerking komen voor extra middelen

Provincie Antwerpen

Antwerpen
Boom
Mechelen
Willebroek
Turnhout


Provincie Limburg

Beringen
Genk
Leopoldsburg
Sint-Truiden
Heusden-Zolder
Houthalen-Helchteren
Tongeren
Maasmechelen

Provincie Oost-Vlaanderen

Aalst
Denderleeuw
Geraardsbergen
Dendermonde
Wetteren
Eeklo
Zelzate
Gent
Ronse
Lokeren
Sint-Niklaas

Provincie Vlaams-Brabant

Asse
Halle
Liedekerke
Vilvoorde
Drogenbos
Leuven
Tienen

Provincie West-Vlaanderen

Blankenberge
Ieper
Mesen
Wervik
Kortrijk
Menen
Oostende
Roeselare
De Panne
Nieuwpoort


Top

Wat vertelt het decreet op het gemeentelijk jeugdbeleid over deze extra middelen?

In het decreet:

Hoodfstuk II – Artikel 8 - §2 bis:

2° 20 procent wordt, op basis van sociaal-geografische indicatoren, verdeeld onder de gemeentebesturen en gereserveerd voor de ondersteuning van jeugdwerkinitiatieven die de toegankelijkheid van het jeugdwerk verhogen voor alle kinderen en jongeren, en waarin gewerkt wordt met kinderen en jongeren die zich in een sociaal-cultureel of sociaal-economisch zwakke positie bevinden, onder de voorwaarden, die de Vlaamse Regering bepaalt;


In het uitvoeringsbesluit vinden we:

Hoofdstuk 2, artikel 2 - §2 tot en met §7
Voor elke gemeente wordt de relatieve maatschappelijke achterstelling bij kinderen en jongeren vastgesteld aan de hand van acht indicatoren en worden de verkregen aantallen per indicator omgezet in percentages die de verhouding uitdrukken tussen de aanwezigheid van de vermelde groep in de gemeente en de aanwezigheid ervan in het Vlaamse Gewest.

Die acht indicatoren zijn:

1. het gemiddelde aantal inwoners, jonger dan 25 jaar, uit een land dat niet behoort tot de groep van de rijkste landen, zoals bepaald in de “statistical profiles of LDCs (Least Developed Countries), 2001” van de Unctad;
2. het gemiddelde aantal kinderen, geboren in kansarme gezinnen, volgens de typologie van Kind en Gezin;
3. het gemiddelde aantal jongeren onder maatregel, zonder of met kosten, binnen de bijzondere jeugdbijstand;
4. het gemiddelde aantal uitkeringsgerechtigde volledig werklozen, jonger dan 25 jaar;
5. het gemiddelde aantal leefloners, jonger dan 25 jaar;
6. het gemiddelde aantal kinderen en jongeren die onderwijs volgen in de types 1, 3 en 8 van het buitengewoon lager onderwijs, opgeteld bij het aantal leerlingen in de types 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs;
7. het gemiddelde aantal jongeren in het deeltijds onderwijs;
8. het gemiddelde aantal jongeren in het gewoon voltijds secundair beroepsonderwijs.

§3. De percentages, vermeld in §2, worden per gemeente opgeteld. Hierbij wordt onderstaande weging in acht genomen: de indicatoren, vermeld in §2, tweede lid, 6°, 7° en 8°, tellen elk slechts voor een derde. Het verkregen resultaat wordt gedeeld door 6.

§4. Als het in §3 verkregen resultaat hoger is dan het aandeel van die gemeente in het totale aantal inwoners, jonger dan 25 jaar, in het Vlaamse Gewest, dan wordt die gemeente geselecteerd. Alleen de geselecteerde gemeenten worden verder in aanmerking genomen voor de toekenning van een subsidie krachtens §1.

§ 5. Opdat de indicatoren bij de subsidieberekening hetzelfde gewicht zouden behouden, worden de percentages per gemeente verhoudingsgewijs herberekend. Het beschikbare krediet wordt verdeeld over de geselecteerde gemeenten naar rato van deze herberekende percentages.

§ 6. Het bedrag wordt, indien nodig, verhoogd tot maximaal 80 procent van de subsidies die toegekend werden op basis van de werking voor 1998, bedoeld in artikel 11 van het besluit van de Vlaamse regering van 22 december 1993 betreffende de subsidiëring van gemeentebesturen en van de Vlaamse Gemeenschapscommissie die een jeugdwerkbeleid voeren voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. Zodoende is voor deze gemeenten de subsidie krachtens artikel 8, §2bis, 2°, van het decreet, opgeteld bij de subsidie krachtens artikel 8, §2bis, 1°, van het decreet, maximaal gelijk aan het totale subsidiebedrag voor 2000.
Het bedrag dat nodig is om te komen tot die verhoging, wordt, evenredig met het volgens §5 vastgestelde percentage, verminderd bij de andere gemeenten, geselecteerd volgens §4.

§7. In het jeugdbeleidsplan moet het college aantonen in welke mate de jeugdwerkinitiatieven die in het kader van dit artikel voor ondersteuning zijn voorgesteld, voorzien in de behoeften van kinderen en jongeren die leven in situaties die sterk bepaald worden door:

• het behoren tot een etnisch-culturele minderheid;
• armoede;
• lage scholing;
• problematische opvoedingssituaties of als misdrijf omschreven feiten.

Hierbij besteedt het college aandacht aan de geografische spreiding en de spreiding volgens leeftijd en geslacht.

 

Top

TERUG NAAR DE HOOFDPAGINA TERUG NAAR DE HOOFDPAGINA HOME