|
|
JBP 2011-2013: DIVERSITEIT EN INTERACTIEF JEUGDBELEID ALS AANDACHTSPUNTEN
Goed jeugdbeleid komt tot stand in een wisselwerking met kinderen, jongeren en jeugdwerk. De uitdaging is om die interactie stevig te verankeren in het jeugdbeleid. Het decreet vraagt dat je interactief bestuur een duidelijke plaats geeft in de hoofdstukken jeugdwerkbeleid en jeugdbeleid. In de rubriek interactief jeugdbeleid op onze algemene site vind je een achtergrondtekst en een heleboel bijbehorende praktijkvoorbeelden over inspraak en participatie van kinderen en jongeren in de gemeente. Diversiteit van het jeugdbeleid 'De jeugd' bestaat niet. Integendeel: het is een heel diverse groep. Goed jeugdbeleid heeft aandacht voor deze diversiteit en heeft ook aandacht voor kinderen en jongeren die uit de boot (dreigen te) vallen. Hoe vertaal je dit in jouw jeugdbeleidsplan? Inspiratie voor plannenmakers : hoe vertaal je dure woorden als diversiteit en toegankelijkheid in het lokaal Jeugdbeleidsplan? Ga eens kijken naar wat de afdeling Jeugd van het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen hieronder begrijpt.
Over het invullen van diversiteit in een lokaal jeugdbeleid(-splan) ontwikkelde de afdeling Jeugd in samenwerking met een aantal partners in 2007 een leidraad voor jeugdbeleidsplanners.
De leidraad werd toen bezorgd aan alle jeugddiensten en kun je hier downloaden. Een selectie uit de brochure: situering rol van de jeugddienst inzake diversiteit: download presentatie en bijbehorende syllabus. Extra middelen voor ondersteuning van jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare jeugd Voor de beleidsperiode 2011-2013 kunnen 41 steden en gemeenten aanspraak maken op extra-middelen van de minister, omdat ze hoog scoren op een aantal indicatoren die sterk wijzen op maatschappelijke achterstelling bij kinderen en jongeren. Rond die vragen nodigde de Afdeling Jeugd op 1 april 2010 de eenenveertig steden en gemeenten uit, die extra middelen krijgen om jeugdwerk voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren te ondersteunen en uit te bouwen. De info uit deze avond willen we je niet onthouden: • De deelnemers aan het infomoment. • Verwelkoming door Els Cuisinier, teamverantwoordelijke lokaal jeugdbeleid van de afdeling Jeugd van het Vlaams Agentschap voor Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen
• Jeugdwerk en jeugdbeleid voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren
• Drie ervaringsdeskundigen aan het woord
• Ben Verstreyden, stafmedewerker bij VVJ verwijst naar bronnen die je kunnen ondersteunen bij je inspanningen: financieën, ondersteunende organisaties, netwerken.
Voor meer info rond diversiteitsbeleid in lokaal jeugdbeleid kan je terecht bij Ben Verstreyden, tel. 03-821 06 08 of bverstreyden@vvj.be. Overzicht van de gemeenten die in 2011, 2012 en 2013 in aanmerking komen voor extra middelen Antwerpen
Beringen Provincie Oost-Vlaanderen Aalst Provincie Vlaams-Brabant Asse Provincie West-Vlaanderen Blankenberge Wat vertelt het decreet op het gemeentelijk jeugdbeleid over deze extra middelen? In het decreet: Hoodfstuk II – Artikel 8 - §2 bis: 2° 20 procent wordt, op basis van sociaal-geografische indicatoren, verdeeld onder de gemeentebesturen en gereserveerd voor de ondersteuning van jeugdwerkinitiatieven die de toegankelijkheid van het jeugdwerk verhogen voor alle kinderen en jongeren, en waarin gewerkt wordt met kinderen en jongeren die zich in een sociaal-cultureel of sociaal-economisch zwakke positie bevinden, onder de voorwaarden, die de Vlaamse Regering bepaalt;
Hoofdstuk 2, artikel 2 - §2 tot en met §7 Die acht indicatoren zijn:
§3. De percentages, vermeld in §2, worden per gemeente opgeteld. Hierbij wordt onderstaande weging in acht genomen: de indicatoren, vermeld in §2, tweede lid, 6°, 7° en 8°, tellen elk slechts voor een derde. Het verkregen resultaat wordt gedeeld door 6. §4. Als het in §3 verkregen resultaat hoger is dan het aandeel van die gemeente in het totale aantal inwoners, jonger dan 25 jaar, in het Vlaamse Gewest, dan wordt die gemeente geselecteerd. Alleen de geselecteerde gemeenten worden verder in aanmerking genomen voor de toekenning van een subsidie krachtens §1. § 5. Opdat de indicatoren bij de subsidieberekening hetzelfde gewicht zouden behouden, worden de percentages per gemeente verhoudingsgewijs herberekend. Het beschikbare krediet wordt verdeeld over de geselecteerde gemeenten naar rato van deze herberekende percentages. § 6. Het bedrag wordt, indien nodig, verhoogd tot maximaal 80 procent van de subsidies die toegekend werden op basis van de werking voor 1998, bedoeld in artikel 11 van het besluit van de Vlaamse regering van 22 december 1993 betreffende de subsidiëring van gemeentebesturen en van de Vlaamse Gemeenschapscommissie die een jeugdwerkbeleid voeren voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. Zodoende is voor deze gemeenten de subsidie krachtens artikel 8, §2bis, 2°, van het decreet, opgeteld bij de subsidie krachtens artikel 8, §2bis, 1°, van het decreet, maximaal gelijk aan het totale subsidiebedrag voor 2000. §7. In het jeugdbeleidsplan moet het college aantonen in welke mate de jeugdwerkinitiatieven die in het kader van dit artikel voor ondersteuning zijn voorgesteld, voorzien in de behoeften van kinderen en jongeren die leven in situaties die sterk bepaald worden door:
Hierbij besteedt het college aandacht aan de geografische spreiding en de spreiding volgens leeftijd en geslacht.
|